Minder tijd voor keepers in de warmte
Een voetbal moet aan allerlei eisen voldoen voordat het als officiële wedstrijdbal wordt bestempeld. Zo wordt er bijvoorbeeld getest of een bal wel genoeg en niet teveel stuitert als hij van 2 meter hoogte los wordt gelaten. Aangezien er onder grote temperatuursverschillen wordt gevoetbald , wordt deze stuiterproef bij verschillende temperaturen uitgevoerd.

De temperatuur heeft namelijk effect op de eigenschappen van het materiaal van en de lucht in de voetbal. Daarmee heeft de temperatuur invloed op bijvoorbeeld de stuitercapaciteit. Bij wedstrijden is de impact op de bal echter veel groter dan tijdens een stuiterproef. Vandaar dat Wiart et al. hebben onderzocht wat het effect van verschillende buitenluchttemperaturen is op de eigenschappen en de snelheid van de bal als de bal met een hoge snelheid wordt geschoten.
Er werden bij 3 temperaturen (0, 20 en 40 graden Celcius) tests uitgevoerd. Er werd gebruikt gemaakt van nieuwe ballen die door de FIFA in 2009 werden goedgekeurd als officiële wedstrijdbal. Kleine stukjes werden uit de bal gesneden om de stijfheid van het materiaal te onderzoeken. Daarnaast werden er ballen bij 3 verschillende snelheden (50, 65 en 80 km/u) door een machine (om een spin in de bal te voorkomen en om elke keer met exact dezelfde snelheid te testen) tegen een muur gelanceerd. Daarmee werd bepaald in welke mate de bal vervormde. Voor de acclimatisatie en voor elke test werden de ballen to 80 kPa opgepompt.
De voet die tegen de bal trapt zal de bal ook vervormen en kan daarmee van invloed zijn op de uiteindelijke balsnelheid. Vandaar dat tot slot de resultaten van de schiettest werden gekoppeld aan een rekenkundig model waarbij uitgerekend werd wat het effect is van een voet die met 80 km/u tegen een bal schopt bij deze temperaturen. De berekeningen werden losgelaten op een gesimuleerde penalty die in de bovenhoek werd geschoten.
Uit de materiaaltest kwam naar voren: hoe hoger de temperatuur des te minder stijf het materiaal. Logischerwijs vervormde de bal meer bij een hoge snelheid. Ook bij een hogere temperatuur vervormde de bal meer, wat voortvloeit uit de verminderde stijfheid van het materiaal.
Er blijkt dus een verschillende mate van vervorming bij verschillende temperaturen te zijn. Dit had volgens het rekenkundig model ook invloed op de balsnelheid na een schot van 80 km/u. Hoe hoger de temperatuur hoe hoger de balsnelheid. Met andere woorden als bijvoorbeeld een penalty wordt geschoten bij 40 graden Celcius met 80 km/u komt de bal 7 % sneller op de keeper af in vergelijking met 0 graden Celcius.
Wiart et al. concluderen dat er een substantieel verschil zit in baleigenschappen bij verschillende temperaturen. Deze verschillen kunnen leiden tot wezenlijke verschillen in wedstrijdsituaties. Vandaar dat de auteurs de fabrikanten van voetballen aanraden om ballen te ontwikkelen die minder gevoelig zijn voor grote temperatuursverschillen.
De studie van Wiart et al. gaat voor een belangrijk deel uit van een theoretisch model voor de berekeningen. Dit kan uiteraard afwijken van de praktijk. Wat de rol van de luchtweerstand is bij de verschillende temperaturen is niet meegenomen. Er kan dus niet zomaar gesteld worden dat alle verschillen die gevonden worden afhankelijk zijn van de baleigenschappen. Een vertaling naar de praktijk kan zijn dat bij warm weer het loont vaak op doel te schieten. Aangezien de keeper minder tijd heeft om te reageren zou de kans op succes wel eens groter kunnen zijn.
© Topsporttopics 31 januari 2012



