een man met een knieblessure bij een fysiotherapeut

Risicofactoren, symptomen en behandeling van een gescheurde voorste kruisband

28 november 2016

Een gescheurde kruisband treedt dikwijls op wanneer een sporter plotseling van richting verandert, terwijl de voet blijft staan. Doorgaans wordt het aangemerkt als een 'non-contact' letsel. Vooral jonge sportieve vrouwen zijn hier vatbaar voor. In het verdere verloop van het artikel gaan we in op de behandeling, risicofactoren en symptomen van een kruisbandruptuur.

Gevolgen van een gescheurde kruisband

Een voorste kruisband ruptuur kan leiden tot chronische instabiliteit van de knie. Dit resulteert vervolgens weer tot de ontwikkeling van vroegtijdige artrose van de knie. Tot op heden is er geen onderzoek die kan aantonen dat een kruisband-reconstructie bescherming biedt tegen artrose. Het is een niet te onderschatte blessure aangezien het je kwaliteit van leven kan aantasten.

 

Afhankelijk van de kniebeweging die zich voorafgaand aan het trauma voordeed en de krachten op de knie tijdens het trauma, kunnen er naast een voorste kruisband ruptuur ook andere letsels in de knie optreden, zoals schade aan de meniscus of kraakbeen. Ook kunnen rupturen van andere kniebanden zich voordoen.

Wat is de functie van de voorste kruisband?

De kruisbanden lopen gekruist in het kniegewricht en vormen daarmee een X-vorm. Door de grote aanhechtingsvlakken op het bovenbeen en het onderbeen zijn er in iedere kniehoek bepaalde delen van de kruisbanden gespannen. De gewrichtsbanden (passieve stabiliteit) van de knie zijn samen met de spieren en pezen (actieve stabiliteit) verantwoordelijk voor de stabiliteit en sterkte van de knie.

 

De voorste kruisband heeft als passieve stabilisator met name als functie om de voorwaartse beweging van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen tegen te gaan. Bovendien zorgt het voor de controle van rotatiebewegingen ten opzichte van het bovenbeen.

 

Naast de stabiliserende werking heeft de voorste kruisband tevens het vermogen om de positie van de knie waar te nemen. Kruisbanden bevatten mechanoreceptoren die verandering in de spanning van de band kunnen registreren. Op deze wijze zenden ze via een zenuw een signaal uit aan het centraal zenuwstelsel over onder meer de positie, beweging en snelheid van het gewricht en beïnvloeden ze daarmee de actieve stabilisatoren (spieren en pezen) rondom de knie.

Risicofactoren

Meestal (75% van alle kruisbandletsels) ontstaat een gescheurde kruisband zonder contact met de tegenstander. Dit kan komen doordat de balans van de sporter verstoord raakt, korte draaibewegingen of bij scherpe richtingsveranderingen. De voorste kruisband begeeft het vooral op het moment dat het lichaam doorschiet over een overstrekte en geblokkeerd onderbeen.

 

Vooral met skiën zien we dit mechanisme terug. Na een gescheurde voorste kruisband is er dan ook meestal direct een toename van de beweeglijkheid in de knie. Vooral de strekking laat een grotere bewegingsuitslag zien. Bij zeer ernstige trauma's wordt er ook wel een combinatie van zowel letsel aan de voorste- als de achterste kruisband waargenomen. Onderstaand een opsomming van risicofactoren:

 

  • Overmatige beweeglijkheid in het kniegewricht;
  • Overgewicht;
  • Krachtsverlies in de hamstrings;
  • Voorgeschiedenis van een kruisbandletsel;
  • Breed bekken;
  • Smalle femorale notch;
  • Brede Q-angle (hoek tussen de bovenbeenspieren en de kniepees);
  • Kleine kruisband;
  • Hormonale factoren (hoge oestrogeenspiegels bij vrouwen);
  • Ligamentdominatie; krachten die over een korte periode moeten worden verwerkt, leiden tot grote impulsen. Zodra de spieren (actieve stabilisatoren) rondom de knie niet voldoende in staat zijn om de knie te stabiliseren is het risico aanwezig dat de knieën na een sprong overmatig naar elkaar toe bewegen. Doordat de spieren onvoldoende de krachten weet te absorberen krijgen de kniebanden (passieve stabilisatoren) in korte tijd veel kracht te verwerken. Dit houdt in dat vooral de kniebanden worden ingezet om de kracht op te vangen. Dit heeft mogelijk een voorste kruisband ruptuur tot gevolg;
  • Quadricepsdominantie; Als gevolg van een disbalans in spierkracht tussen de hamstrings en de quadriceps (dijbeenspieren) neemt de kans op een overstrekking in het kniegewricht toe;
  • Eenbenige dominantie; in veel sporten wordt het ene been dominanter aangesproken dan het andere. Bijvoorbeeld in een sport als voetbal is het standbeen kwetsbaarder dan het been waarmee geschoten wordt.
  • Rompdominantie; met rompdominantie wordt bedoeld dat iemand slecht in staat is zijn romp in alle richtingen te beheersen. Door de gebrekkige aansturing vanuit de romp treden er tal van compensatiemechanismen in werking waardoor bijvoorbeeld het kniegewricht de taak van de romp gaat overnemen. Hierdoor kunnen er bewegingen in het kniegewricht ontstaan waar het gewricht niet voor ontworpen is.

Wat zijn de symptomen?

Een gescheurde kruisband treedt meestal op zodra er tijdens het verdraaien van de knie een knakkend geluid  of een scheurend gevoel wordt ervaart. De knie voelt vervolgens onstabiel en je hebt de indruk dat je door de knie kunt zakken. Dat gevoel treedt met name op tijdens het roteren en het veranderen van richting.

 

Een bewegingsbeperking als gevolg van de zwelling zal niet lang op zich laten wachten. De kruisband hoeft niet altijd volledig afgescheurd te zijn en is dan nog redelijk stabiel. Dit noemt men een partiële ruptuur. Deze zijn echter doorgaans pijnlijker dan een volledige ruptuur omdat het signaal nog deels aanwezig is en de zenuwen daardoor de pijn nog kunnen registreren. Aan de hand van uitgebreid lichamelijk onderzoek kan de diagnose worden bevestigd. Aanvullend kan eventueel een MRI worden gemaakt.

Conservatieve behandeling

Er hoeft na een kruisband ruptuur niet per definitie een operatie aan te pas komen. Voorwaarde is wel dat er geen bijkomende schade is aan de meniscus en de overige kniebanden en dat er niet geregeld door de knie wordt gezakt. Om spierzwakte en ernstigere klachten in de toekomst te voorkomen is een behandeling zeer gewenst. Fysiotherapie kan daarbij helpen. Je komt pas in aanmerking voor een conservatieve behandeling indien je niet de wens hebt om terug te keren naar sporten met veel draaibewegingen, of in overleg besloten wordt voor reductie van je sportieve activiteiten.

 

Het verdient de aanbeveling om pas te besluiten tot operatie na een periode van intensieve revalidatie en niet kort na de blessure. Pas na een trainingsperiode kan immers in fysiek opzicht een goede inschatting worden gemaakt. Daarnaast kan je na heroverweging later in het revalidatieproces altijd nog voor een voorste kruisband reconstructie kiezen.

 

De revalidatie die ongeveer een half jaar in beslag neemt bestaat onder meer uit het versterken van de quadriceps en de hamstrings. Ook wordt er aandacht besteed aan de beweeglijkheid en de coördinatie van de knie. Neuromusculaire training heeft ook een belangrijke rol binnen de revalidatie. Deze trainingsvorm leidt tot een verminderd instabiel gevoel.

 

Om ook in de eerste weken na het trauma een verminderd instabiliteitsgevoel te ervaren wordt er naast de therapie soms ook gekozen voor een kniebrace. Er is daarentegen geen wetenschappelijk bewijs dat het dragen van een kniebrace bescherming biedt tegen bijkomende blessures zoals klachten aan de meniscus en kraakbeen. Het lang gebruiken van een brace (één tot twee jaar) resulteert in afname van de quadricepskracht.

Revalidatie na een kruisband reconstructie

Na een kruisbandruptuur blijft de instabiliteit geregeld aanwezig. Vooral voor jonge actieve sporters die nog een heel leven voor zich hebben wordt een reconstructie ten zeerste aangeraden. Een aangetaste voorste kruisband geneest immers zelden tot nooit met conservatieve therapie. Vroeger probeerde men een kruisbandruptuur te herstellen, maar op de lange termijn gaf dit niet het gewenste effect. Later ondervond men dat een kruisbandreconstructie betere resultaten gaf. Bij een reconstructie wordt de gescheurde kruisband in zijn geheel verwijdert en vervangen door een nieuwe knieband.

 

Na de chirurgische ingreep wordt er naar gestreefd om het niveau van vóór het trauma te behalen. Een reconstructie in combinatie met fysiotherapie geeft over het algemeen vrij goede uitkomsten en veel sporters kunnen hun sport na de revalidatie weer hervatten. Daarbij moet wel worden aangetekend dat een reconstructie het risico op artrose en verdere schade aan de meniscus en andere kniebanden vermindert, maar niet in zijn geheel kan wegnemen.

 

De kans neemt wel toe op het moment dat je als sporter je knie zwaar blijft belasten. Ook een kniebrace kan dat niet verhelpen. De nieuwe knieband geeft al genoeg stabiliteit en dat maakt een kniebrace overbodig. Echter, veelvuldig gebruik van een kniebrace kan zelfs zowel tijdens als na de revalidatie averechts werken. Je maakt daarmee de knie afhankelijk van de brace waardoor de knie voor sportbegrippen lui wordt.

Bronvermelding:

 

Ardern CL, Webster KE, Taylor NF, Feller JA. Return to the preinjury level of competitive sport
after anterior cruciate ligament reconstruction surgery: two-thirds of patients have not returned
by 12 months after surgery. Am J Sports Med. 2011;39:538-543

 

Ardern CL, Webster KE, Taylor NF, Feller JA. Return to sport following anterior cruciate ligament
reconstruction surgery: a systematic review and meta-analysis of the state of play. Br J Sports
Med. 2011;45:596-606

 

Finch CF. Implementation and dissemination research: the time has come! Br J Sports Med.
2011;45:763-764

 

Hewett TE, Ford KR, Hoogenboom BJ, Myer GD. Understanding and preventing acl injuries:
current biomechanical and epidemiologic considerations - update 2010. N Am J Sports Phys Ther
2010;5:234-251

 

Myer GD, Ford KR, Khoury J, Succop P, Hewett TE. Clinical correlates to laboratory measures
for use in non-contact anterior cruciate ligament injury risk prediction algorithm. Clin Biomech
2010;25:693-699

 

Nederlandse Orthopaedische Vereniging, Richtlijn Voorste kruisbandletsel. 's Hertogenbosch,
2010

 

Koga H, Nakamae A, Shima Y, Iwasa J, Myklebust G, Engebretsen L, Bahr R, Krosshaug T.
Mechanisms for noncontact anterior cruciate ligament injuries: knee joint kinematics in 10 injury
situations from female team handball and basketball. Am J Sports Med 2010;38:2218-2225

 

Langford JL, Webster KE, Feller JA. A prospective longitudinal study to assess psychological
changes following anterior cruciate ligament reconstruction surgery. Br J Sports Med
2009;43:377-378

 

Padua DA, Marshall SW, Boling MC, Thigpen CA, Garrett WE Jr, Beutler AI. The Landing
Error Scoring System (LESS) Is a valid and reliable clinical assessment tool of jump-landing
biomechanics: The JUMP-ACL study. Am J Sports Med 2009;37:1996-2002

 

Sassi RH, Dardouri W, Yahmed MH, Gmada N, Mahfoudhi ME, Gharbi Z. Relative and absolute
reliability of a modified agility T-test and its relationship with vertical jump and straight sprint. J
Strength Cond Res 2009;23:1644-1651

 

Slauterbeck JR, Kousa P, Clifton BC, Naud S, Tourville TW, Johnson RJ, Beynnon BD. Geographic
mapping of meniscus and cartilage lesions associated with anterior cruciate ligament injuries. J
Bone J Surg 2009;91;2094-2103.

 

Alentorn-Geli E, Myer GD, Silvers HJ, Samitier G, Romero D, Lázaro-Haro C, Cugat R. Prevention
of non-contact anterior cruciate ligament injuries in soccer players. Part 2: a review of prevention
programs aimed to modify risk factors and to reduce injury rates. Knee Surg Sports Traumatol
Arthrosc 2009b;17:859-879

 

Andersson D, Samuelsson K, Karlsson J. Treatment of anterior cruciate ligament injuries
with special reference to surgical technique and rehabilitation: an assessment of randomized
controlled trials. Arthroscopy 2009;25:653-685

 

Swirtun LR, Jansson A, Renstrom P The effects of a functional knee brace during early treatment
of patients with a nonoperated acute anterior cruciate ligament tear: a prospective randomized
study. Clin J Sport Med 2005;15;299-304

GERELATEERDE BERICHTEN