knieblessure en fysiotherapie

De oorzaak van voetbalblessures en welke preventieve maatregelen kun je nemen?

13 juli 2017

Voetbal is een van de populairste sporten ter wereld. Door de hoge eisen die het spel aan het lichaam stelt is het een inspanning met een groot risico op blessures. Voetbalblessures ontstaan niet altijd door toedoen van de tegenstander. De meeste voetbalblessures ontstaan bij het wenden en keren zonder contact te hebben met de tegenstander.

Voetbalblessures in cijfers

Voetbal is wereldwijd gezien de meest beoefende sport en Nederland is hier geen uitzondering op. Gezien de populariteit van deze sport is het niet verrassend dat de meeste blessures in Nederland een voetbalblessure betreft. Jaarlijks worden ruim één miljoen voetballers door een blessure getroffen, waarvan ongeveer de helft een medische behandeling behoeft. De overige ongemakken bestaan uit lichte kneuzingen of schaafwonden.

 

Het aandeel blessures door veldvoetbal dat op de Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) behandeld wordt, vormt met 49.000 blessures bijna een derde van alle op de SEH-afdeling behandelde sportblessures. In vergelijking met andere sporten worden veldvoetballers op de Spoedeisende Hulpafdeling viermaal zoveel gezien, maar daarentegen minder frequent dan zaalvoetballers. Hieruit kun je concluderen dat zaalvoetbal relatief gezien meer kans geeft op ernstig letsel en met name aan de enkels.

Welke lichaamsdelen zijn het meest kwetsbaar?

Voetbal is een sport dat veel van het lichaam vergt: springen, sprinten, afremmen, richtingsveranderingen, korte draaibewegingen en uiteraard het trappen van de bal. De hoge intensiteit brengt ook gevaren met zich mee. Vooral de enkels en de hamstring zijn van een voetballer kwetsbaar. Hierin is het echter wel belangrijk om onderscheid te maken tussen het amateurvoetbal en de professionals.

 

Over het algemeen genomen tref je op professioneel niveau vooral spierblessures aan en op amateurniveau zijn het veelal de gewrichten die de speler parten speelt. Bij de amateurs zie je de meeste enkelblessures, gevolgd door knieletsels en spierblessures. Op hoger niveau verschuift het blessurerisico meer naar de spieren, waarvan de hamstring het meest kwetsbaar is met in zijn kielzog de liesstreek.

 

Waarom er op hoger niveau meer spierblessures ontstaan heeft te maken met het feit dat er een verband is tussen de hoeveelheid belasting en de kans op een spierscheuring. Aangezien op professioneel niveau de intensiteit hoger ligt en er vaker getraind wordt zijn ze logischerwijs vatbaarder voor spierblessures dan amateurs. Het terugdringen van het aantal blessures kan enkel succesvol zijn als de risicofactoren in kaart zijn gebracht. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen intrinsieke en extrinsieke risicofactoren.

Risicofactoren

Indien je graag aan veldvoetbal wilt deelnemen en blessuregevoelig bent, dan is het niet onverstandig om als keeper je opwachting te maken. Keepers hebben namelijk van alle posities in het veld de minste kans op blessures. Het meeste risico op voetbalblessures heb je als middenvelder, kort gevolgd door verdedigers. Ook leeftijd speelt hier een rol in. Voetbalspelers die ouder zijn dan dertig raken vaker geblesseerd dan hun jongere teamgenoten.

 

Naarmate je ouder wordt neemt de doorbloeding in de weefsels af en daarmee ook het herstelvermogen. Overbelastingsklachten zullen zich hierdoor eerder presenteren. Bovendien zijn ouderen minder goed getraind en vergeten weleens dat het lichaam niet altijd zo jong is als de geest. Ter nuancering is het echter wel belangrijk om onderscheid te maken tussen tussen intrinsieke (persoon gerelateerd) en extrinsieke (omgeving gerelateerd) risicofactoren.

 

Intrinsieke risicofactoren

  • Onvoldoende lenigheid
  • Eerdere spierblessure
  • Gebrekkige looptechniek
  • Spierkrachtverlies
  • Onvoldoende uithoudingsvermogen

 

Belangrijkste extrinsieke risicofactoren

  • Mentale voorbereiding
  • Fysieke voorbereiding
  • Tijdsverdeling: meer kans op blessures aan het begin en het einde van het seizoen
  • Veldconditie
  • Type voetbalschoen
  • De coach: naarmate het niveau toeneemt speelt deze risicofactor een grotere rol

 

Preventieve maatregelen

Diverse studies laten weten dat met name voor een voetballer de beweeglijkheid in het heupgewricht en de spierkracht in zowel de hamstrings als de quadriceps een belangrijk aandachtspunt is. Enerzijds om blessures te voorkomen, anderzijds om de prestaties te optimaliseren.

 

Eerder hebben we al aangegeven dat onder voetballers vooral de enkels en de hamstring blessuregevoelig zijn. Om de kans op een hamstringblessure te laten slinken zijn de zogenaamde uitvalspassen en de 'Nordic curl' zeer effectieve oefeningen. De enkels hebben daarentegen vooral baat bij coördinatie oefeningen. Dit bereik je door het uitoefenen van dynamische balansoefeningen. Vooral vrouwen zullen hier alert op moeten zijn aangezien ze bijna tweemaal zoveel kans op een enkelblessure hebben dan mannelijke voetballers.

 

Bovendien is het belangrijk dat de perceptie van de trainingsintensiteit bij zowel de trainer als de speler overeenkomen. Onderzoek toont namelijk aan dat het regelmatig voorkomt dat voetballers harder trainen dan wat de trainer zich had voorgesteld. Spelers kunnen hierdoor overtraind raken en overbelastingsklachten zullen zich eerder openbaren. Voor een coach is het belangrijk om een goede inschatting te maken van de belastbaarheid van de spelers op individueel niveau.

 

Vooral op amateurniveau loopt de fysieke gesteldheid tussen spelers onderling nogal uiteen. Overbelasting door training kan niet geheel in de schoenen worden geschoven van de trainer. Spelers hebben hier ook een eigen verantwoording in en dienen lichaamssignalen leren te herkennen en daarna te handelen en dat bespreekbaar te maken bij de trainer. Vooral ochtendpijntjes is een belangrijke aanwijzing om voorzichtig met de klachten om te gaan
.

Meer blessures op kunstgras?

De laatste jaren is er namelijk een trend ingezet om het natuurlijke gras in te ruilen voor kunstgras. Dit wordt vaak toegepast als het gewone gras niet genoeg gedijt. Bovendien is kunstgras onderhoudsvriendelijker. Of voetballers hier ook voordeel bij hebben is nog maar de vraag.

 

Voor veel voetballers valt het niet mee om afwisselend op kunstgras en natuurlijk gras te spelen. Deze overgang kan in het begin gepaard gaan met de nodige spierpijn. De gewenning is voor veel voetballers een reden om aan te nemen dat het spelen op kunstgras een verhoogde kans geeft op blessures. Ook bij trainers leeft het idee dat het aantal blessures door het spelen op kunstgras is toegenomen. Voor kunstgras van de derde generatie is hiervoor echter geen wetenschappelijk bewijs gevonden.

 

Inmiddels is over dit onderwerp wetenschappelijk onderzoek verricht in diverse landen, op verschillende niveaus, binnen diverse leeftijdscategorieën en tussen mannen en vrouwen. Ook het aantal blessures evenals de soort en de mate van de voetbalblessure op gras in vergelijking met derde generatie kunstgras is onderzocht. Het aantal, de soort en de mate van ernst van de blessures verschilt niet veel tussen gras en kunstgras. Het verschil loopt wel op indien het vergeleken wordt met eerdere generatie kunstgrasvelden.

 

Op kunstgras lijken zich echter meer laterale enkelverzwikkingen voor te doen. Hoe kan dit? Mogelijk is een deel van de perceptie gebaseerd op ervaringen met het hardere en stroevere eerste en tweede generatie kunstgras. Daarentegen komen er op natuurlijk gras juist meer knieblessures voor.

Bronvermelding:

 

Brink MS, Frencken W GP, Jordet G, Lemmink KA. Int J Sports Physiol Perform. 2013 Nov 13. Coaches' and Players' Perceptions of Training Dose: Not a Perfect Match.

 

Herrero H, Salinero JJ, Del Coso J. Am J Sports Med. 2013 Oct 17. Injuries Among Spanish Male Amateur Soccer Players: A Retrospective Population Study.

 

Faude O, Rößler R, Junge A. Sports Med. 2013 Sep;43(9):819-37. doi: 10.1007/s40279-013-0061-x. Football injuries in children and adolescent players: are there clues for prevention?

 

Bilateral and unilateral asymmetries of isokinetic strength and flexibility in male young professional soccer players.
Daneshjoo A, Rahnama N, Mokhtar AH, Yusof A.

 

Am J Sports Med. 2013 Feb;41(2):327-35. doi: 10.1177/0363546512470634. Epub 2012 Dec 21.
Risk factors for lower extremity muscle injury in professional soccer: the UEFA Injury Study.
Hägglund M, Waldén M, Ekstrand J.

 

Williams S, Hume PA, Kara S. A review of football injuries on third and fourth generation artificial turfs compared with natural turf.

 

J Sports Sci. 2013;31(7):767-78. doi: 10.1080/02640414.2012.750005. Epub 2012 Dec 12.
Amateur football pitches: mechanical properties of the natural ground and of different artificial turf infills and their biomechanical implications.
Zanetti EM, Bignardi C, Franceschini G, Audenino AL.

 

Br J Sports Med. 2013 Aug;47(12):775-81. doi: 10.1136/bjsports-2013-092266. Epub 2013 Jun 12.
The Nordic Football Injury Audit: higher injury rates for professional football clubs with third-generation artificial turf at their home venue.
Kristenson K, Bjørneboe J, Waldén M, Andersen TE, Ekstrand J, Hägglund M.

 

Kristenson K, Bjørneboe J, Waldén M, Ekstrand J, Andersen TE, Hägglund M (2015) No association between surface shifts and time-loss overuse injury risk in male professional football: a prospective cohort study. J. Sci. Med. Sport

 

Br J Sports Med. 2007 Aug;41 Suppl 1:i33-7. Epub 2007 Jun 5. Risk of injury on artificial turf and natural grass in young female football players.

 

Scand J Med Sci Sports. 2010 Mar 11. Comparison of injuries sustained on artificial turf and grass by male and female elite football players.

 

Arnason A1, Sigurdsson SB, Gudmundsson A, Holme I, Engebretsen L, Bahr R. Med Sci Sports Exerc. 2004 Feb;36(2):278-85. Physical fitness, injuries, and team performance in soccer.

 

Veiligheid.nl cijfers over sportongevallen

 

GERELATEERDE BERICHTEN