pijn aan de knie bij jongens en meisjes tijdens voetbal en fysiotherapie

Symptomen, oorzaak, herstel en de behandeling van de ziekte van Osgood-Schlatter

26 oktober 2016

De ziekte van Osgood-Schlatter is vernoemd naar de doktoren die de ziekte in 1903 voor het eerst beschreven. De klachten hebben een grillig karakter en komen vooral tot uiting bij kinderen die in hun groeispurt een sport beoefenen. De jeugdige sporter ervaart de pijn op de plaatst waar de kniepees aan het scheenbeen hecht. Er ontstaat een gevoelige en zichtbare bult die net onder de knieschijf voelbaar is. In het verdere verloop van het artikel bespreken we de oorzaak, symptomen en behandeling van deze aandoening.

Wat is de oorzaak van de pijn aan de knie?

De klachten komen voornamelijk voor in de leeftijdscategorie 8 tot 15 jaar en hangt nauw samen met de groei van het kind. Meisjes zijn eerder in de groei dan jongens en ontwikkelen deze klachten al op een leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. Bij jongens komt deze aandoening meestal voor op een leeftijd tussen de 12 en 15 jaar. Het is niet ongewoon dat de aandoening zich in beide knieën voordoet.

 

Op de plek (tuberositas tibiae) waar de kniepees zijn aanhechting heeft transformeert het kraakbeen zich tijdens de groei grotendeels tot botweefsel. In dit proces is de tuberositas tibiae kwetsbaar. De herhaaldelijke trekkrachten op de kwetsbare tuberositas tibiae kunnen uiteindelijk leiden tot het ontwikkelen van Osgood-Schlatter.

 

Intensief sporten is een van de risicofactoren die voor een toename van de trekkrachten zorgt. Daarnaast is het belangrijk om te weten dat in de groeifase van een kind de botten en spieren niet in hetzelfde tempo groeien. Botweefsel groeit sneller dan spierweefsel en veroorzaakt daardoor meer rekspanning op de spieren en pezen. Hierdoor neemt de spanning op de tuberositas tibiae ook grotere vormen aan en in het meest ongunstigste geval kan er een avulsiefractuur (afscheuren van botweefsel) ontstaan.

Symptomen van Osgood-Schlatter

tuberositas tibiae

Bij ongeveer een kwart van de kinderen komt Osgood-Schlatter in beide knieën voor. Jongens ondervinden vaker hinder van deze aandoening omdat ze in vergelijking met meisjes op jongere leeftijd een sport beoefenen waarbij er forse krachten op de tuberositas tibiae inwerken zoals bijvoorbeeld bij voetbal. Echter, nu de voetbalsport onder meisjes de laatste jaren in populariteit is gestegen, is de groep meisjes met Osgood-Schlatter toegenomen.

 

De symptomen bestaan uit een zeurend gevoel of zelfs lokale pijn. In de acute fase kan de pijn zich over een groter gebied uitspreiden en wordt de pijn continu gevoeld. Afhankelijk van de ernst kan er ook een lokale zwelling optreden. Over het algemeen verergeren de klachten na of tijdens het sporten, hurken, knielen en springen. Bovendien provoceer je de klachten door het been tegen weerstand te strekken.

Behandeling en herstel

De ziekte van Osgood-Schlatter is 'self-limiting'. Dit betekent dat er bij voldoende rust meestal spontaan herstel optreedt. De behandeling wordt afgestemd op de ernst van de aandoening. Bij lichte of milde pijn volstaat doorgaans relatieve rust en het minderen van belastende activiteiten. Ter ondersteuning kan een patellabandje de trekkrachten verminderen en daarmee enigszins verlichting geven. Bij vrij hevige klachten wordt er soms enkele weken gips voorgeschreven. In zeldzame gevallen is er een operatie nodig, maar dit wordt uitsluitend uitgevoerd wanneer het botweefsel niet meer groeit.

 

Uit onderzoek is gebleken dat Osgood-Schlatter moeizaam te behandelen is. Behandelingen die tot doel hebben om het herstel te versnellen hebben amper kunnen overtuigen. Het is het vooral belangrijk om voldoende rust te nemen en te vertrouwen op het natuurlijk herstelproces. De therapie bestaat vooral uit symptoombestrijding zoals het gebruik van een patellabandje, het innemen van pijnstillers en het koelen met ijsblokjes.

 

Voor het verminderen van de pijn worden er ook weleens rekoefeningen voor de quadriceps (dijbeenspieren) ingezet. Deze rekoefening heeft een tegenstrijdig effect. Enerzijds verleng je de spier om de trekkrachten te verminderen, maar anderzijds wordt er tijdens het rekken onnodig veel aan de aanhechtingsplaats getrokken. Het rekken van je hamstring geeft meestal een beter resultaat en heeft niet de nadelige gevolgen die je bij het rekken van de quadriceps wel ervaart. Het rekken van de hamstring heeft als doel om het scheenbeen meer ruimte te geven in voorwaartse richting zodat de trekkrachten op de aanhechtingsplaats van de kniepees afneemt.

 

Je hoeft je sport niet altijd tijdelijk op te geven. Wanneer je aanpassingen aanbrengt in de intensiteit en de frequentie van je sport dan is dat bij lichte of milde klachten vaak al voldoende. De prognose van Osgood Schlatter is hoopvol. De duur van de aandoening loopt uiteen van enkele maanden tot zelfs een heel jaar. Het is vooral belangrijk om geduld op te brengen. Vaak verdwijnen de klachten wanneer de snelheid van de groeispurt afneemt. Ongeveer 85% van de kinderen reageert goed op een periode van relatieve rust.

Bronvermelding:

 

Med Ultrason. 2010 Dec;12(4):336-9. Osgood-Schlatter disease--ultrasonographic diagnostic.
Vreju F, Ciurea P, Rosu A. Department of Rheumatology, University of Medicine and Pharmacy Craiova, Petru Rares 2-4, Craiova, Romania.

 

J Sport Rehabil. 2015 Feb;24(1):31-5. doi: 10.1123/jsr.2013-0101. Epub 2014 Mar 12. Sport specialization's association with an increased risk of developing anterior knee pain in adolescent female athletes. Hall R1, Barber Foss K, Hewett TE, Myer GD.

 

Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2013 May;21(5):1131-9. doi: 10.1007/s00167-012-2116-1. Epub 2012 Jul 3. Long-term functional and sonographic outcomes in Osgood-Schlatter disease. Kaya DO1, Toprak U, Baltaci G, Yosmaoglu B, Ozer H.

 

Am J Sports Med. 2011 Feb;39(2):415-20. Epub 2010 Nov 12. Prevalence and associated factors of Osgood-Schlatter syndrome in a population-based sample of Brazilian adolescents. de Lucena GL, dos Santos Gomes C, Guerra RO.

 

Curr Opin Pediatr. 2007 Feb;19(1):44-50. Osgood Schlatter syndrome.
Gholve PA, Scher DM, Khakharia S, Widmann RF, Green DW.

 

GERELATEERDE BERICHTEN