blessure fysiotherapie voor het hardlopen en wielrennen

Behandeling, herstel en symptomen van een lopersknie (iliotibiaal bandsyndroom)

22 december 2016

Bij een lopersknie (medische term; iliotibiaal bandsyndroom) ondervindt de sporter een scherpe en branderige pijn aan de buitenzijde van het dijbeen ter hoogte van de knie. De klachten ervaart men vooral tijdens het herhaaldelijk buigen en strekken van de knie. De pijn neemt tijdens het sporten geleidelijk toe, en verdwijnt wanneer hiermee gestopt wordt. In het verdere verloop van het artikel bespreken we onder meer de symptomen, behandeling en de oorzaak.

Komt deze blessure alleen bij hardlopers voor?

De lopersknie is een niet te onderschatte blessure. Bij hardlopers is naar schatting 17% van alle overbelastingsblessures een lopersknie. Met een percentage van 15% komen de klachten bij wielrenners minder vaak voor, maar is desondanks ook onder wielrenners een blessure om rekening mee te houden. De benaming 'lopersknie' doet voorkomen alsof uitsluitend hardlopers deze klachten kunnen ontwikkelen.

 

Daarentegen is deze benaming wel te begrijpen, aangezien de klachten met name in deze groep voorkomt. Het iliotibiaal bandsyndroom is een betere en meer generieke term voor deze blessure en sluit andere takken van sport waar deze klachten in voorkomen niet uit.

Wordt de pijn veroorzaakt door de frictie?

Voorheen noemde men deze blessure ook wel het tractus iliotibialis frictiesyndroom, omdat men in veronderstelling was dat tijdens de buig- en strekmomenten van de knie de klachten veroorzaakt werden door de frictie (wrijving) tussen de buitenzijde van het kniebot en de peesplaat die langs de zijkant van het bovenbeen loopt. Deze illusie werd gewekt doordat de pijn tijdens het buigen en/of strekken van de knie herhaaldelijk op hetzelfde moment ontstond en men het gevoel had dat de pees in voorwaartse en achterwaartse richting langs en over het kniebot schuurde. Niet alleen sporters, maar ook medici werden door deze gedachtengang op het verkeerde been gezet.

 

Onderzoek toont aan dat deze symptomen niet veroorzaakt worden door de wrijving tussen het kniebot en de peesplaat (tractus iliotibialis). Sterker nog, volgens de nieuwe inzichten is er tussen deze twee structuren helemaal geen sprake van enige wrijving en komen ze niet eens met elkaar in contact. De klachten die je bij een lopersknie voelt is meestal toe te schrijven aan een pijnlijke slijmbeurs (gelegen tussen de peesplaat en het botweefsel), verklevingen van de fascie, cyste of triggerpoints als gevolg van overbelasting.

 

Duidelijk is dat er een toename in spanning van de tractus iliotibialis aanwezig is tijdens de cyclus van het hardlopen. Deze spanning vindt met name plaats in de standfase van de loopcyclus. In de literatuur gaat deze toename in spanning samen met een 'impingement zone' (inklemmingsverschijnselen), ongeveer 2-3 centimeter boven de gewrichtsspleet van de knie. Deze zone bevindt zich tussen de 20 á 30 graden kniebuiging. Dit is tegelijkertijd ook de zone waarin met name hardlopers de pijn ervaren en er een lokale drukverhoging rondom de buitenzijde van de knie plaatsvindt.

Wat is de oorzaak van een lopersknie?

Er zijn verschillende factoren die een rol spelen in de ontstaanswijze van een lopersknie. Evenals bij de meeste sportblessures is het een combinatie van factoren die uiteindelijk tot een lopersknie leidt. Onderstaand tref je een uiteenzetting van de risicofactoren.

 

  • Spierkrachtverlies van de heupabductoren (deze spieren hebben als functie om de heup te stabiliseren en zorgen voor de buitenwaarste beweging);
  • Disbalans in spierkracht tussen de quadriceps (dijbeenspieren) en de hamstrings, waarbij de quadriceps naar verhouding beduidend meer kracht heeft;
  • Disbalans in de heupmusculatuur;
  • Overpronatie van de voet (tijdens het afwikkelen van de voet zakt de voet/enkel overmatig naar binnen);
  • O-benen;
  • Beenlengteverschil;
  • Instabiliteit van de knie;
  • Gebrekkige looptechniek;
  • Eenzijdige belasting;
  • Bewegingsbeperkingen in de heup of rug;
  • Stugge holle voet

Behandeling en herstel

Wanneer de klachten eenmaal aanwezig zijn zal je in je sport tijdelijk moeten minderen. Dit kun je doen door je trainingsschema te evalueren en door minder intensief of frequent te gaan sporten. Het is raadzaam om vooral het sporten in heuvelachtig gebied te mijden. Vooral het heuvel af lopen kan de klachten namelijk verergeren. Als wielrenner zal je de hoogte van het zadel in het vizier moeten houden. Een te lage zitting zorgt voor een toename aan spanning in de tractus iliotibialis. Om in conditie te blijven is het aan te bevelen om tijdelijk een andere sport te beoefenen zoals bijvoorbeeld zwemmen.

 

Indien de klachten onder meer terug te voeren zijn op een gebrekkige looptechniek dan zal er uit preventief oogpunt aandacht besteed moeten worden aan looptechnische oefeningen. Bovendien is het verstandig om bij een disbalans in de spieren aandacht te schenken aan functionele krachttraining voor zowel de spieren rondom de knie als de heup. Een andere methode die bij aanwezigheid van triggerpoints meestal baat heeft is een triggerpointsbehandeling.

 

Een massage van de tractus iliotibialis en rekoefeningen vermindert de spanning op de peesplaat. Rekoefeningen hebben bij een lopersknie vooral effect bij fasciale verklevingen. Wanneer je als doel hebt om de spanning van de tractus iliotibialis te verminderen door middel van stretchen, dan is het maar de vraag of dit daadwerkelijk effectief is, aangezien de blessure niet het gevolg is van een frictiemoment. Bovendien is er in de literatuur weinig bewijs voor rekoefeningen van de tractus iliotibialis.

 

Bij aanwezigheid van bewegingsbeperkingen in de heup en/of de rug is het verstandig om bijvoorbeeld contact met een fysiotherapeut op te nemen. Ze zijn gespecialiseerd in het bewegingsapparaat. Mochten de klachten met conservatieve therapie (rekoefeningen, krachttraining, triggerpointbehandeling, looptechnische oefeningen) niet afnemen dan kun je altijd nog overwegen om je verder te laten onderzoeken op verdenking van een slijmbeursontsteking. De behandeling bestaat dan uit een injectie met corticosteroïden.

Bronvermelding:

 

J Orthop Sports Phys Ther. 2010 Feb;40(2):52-8.
Competitive female runners with a history of iliotibial band syndrome demonstrate atypical hip and knee kinematics.

 

Clin J Sport Med. 2006 May;16(3):261-8.
Practical management of iliotibial band friction syndrome in runners.

 

Sports Med. 2005;35(5):451-9.
Iliotibial band syndrome in runners: innovations in treatment.

 

J Sci Med Sport. 2007 Apr;10(2):74-6; discussion 77-8. Epub 2006 Sep 22.
Is iliotibial band syndrome really a friction syndrome?

 

Gait Posture. 2007 Sep;26(3):407-13. Epub 2006 Nov 28.
Lower extremity mechanics of iliotibial band syndrome during an exhaustive run.

 

Man Ther. 2007 Aug;12(3):200-8. Epub 2007 Jan 8.
Iliotibial band friction syndrome--a systematic review.

 

hysiother Can. 2008 Spring;60(2):180-8. Epub 2008 Oct 10.
Effects of Multi-modal Physiotherapy, Including Hip Abductor Strengthening, in Patients with Iliotibial Band Friction Syndrome.

 

J Appl Biomech. 2008 Aug;24(3):262-70.
Continuous relative phase variability during an exhaustive run in runners with a history of iliotibial band syndrome.

 

GERELATEERDE BERICHTEN