behandelen spierscheur of verrekte spier bij de fysiotherapie

De behandeling, symptomen en herstel van een hamstringblessure

04 juli 2017

Een hamstringblessure is de meest voorkomende sportblessure aan het bovenbeen. Meestal betreft het een scheur of een verrekking in één van de drie spieren die tot de hamstring behoort. Het komt regelmatig voor in sporten met een explosief karakter en je zal het meestal direct opmerken. Om te herstellen wil je onder meer weten waar de behandeling van een gescheurde hamstring uit bestaat en wat de symptomen zijn.

Functie van de hamstring

De hamstring, ook wel achterdijbeenspier genoemd, is een zeer krachtige spiergroep. Het spreidt zich vanaf de zitbeenderen tot aan de achterzijde van het scheenbeen ter hoogte van de knie. Het is een belangrijke spier die het buigen van de knie en het ondersteunen van de heupbeweging in achterwaartse richting als functie heeft. Het naar achteren bewegen van het onderbeen wordt vrijwel uitsluitend door de hamstrings gedaan, terwijl de achterwaartse beweging van het gehele been voornamelijk op het conto komt van de grote bilspier en de hamstrings.

Waarom ontstaan er aan het begin van het seizoen de meeste hamstringblessures?

Over het algemeen wordt er in teamsporten in groepsverband getraind. Dit is goed voor de samenwerking en een efficiënte methode om ieder teamlid fit te krijgen. Deze trainingsmethode heeft echter ook een keerzijde. Bij aanvang van het seizoen beschikt niet iedere speler over dezelfde belastbaarheid, terwijl er wel van iedere speler verwacht wordt dat hij tijdens de training in het gareel blijft lopen. Het gevolg hiervan is dat iedere speler nagenoeg evenveel belast wordt en er vroeg in het seizoen bij enkele spelers overbelastingsklachten kunnen ontstaan die later in een hamstringblessure kunnen uitmonden.

 

Bij groepstraining zal je een groep hebben die de juiste hoeveelheid trainingsprikkels ontvangt, maar ook een groep die juist onder- of overbelast wordt. Kortdurende overbelasting is geen risicofactor, maar als dit meer regel dan uitzondering wordt dan kun je geblesseerd raken. Deze verantwoordelijkheid ligt uiteraard niet alleen bij de trainer of de coach. De speler zelf dient ook de signalen van het lichaam op te vangen en ernaar handelen. Vooral op het gebied van spierkracht kunnen de individuele verschil fors uiteen lopen.

 

Uit onderzoek blijkt dan ook dat in de eerste paar maanden van een sportseizoen de meeste hamstringblessures voorkomen. Dit gebeurt meestal halverwege een wedstrijd, juist op het moment dat er door vermoeidheid veranderingen te bespeuren zijn in de looptechniek. In tegenstelling tot andere spieren in de onderste ledematen krijgen de hamstrings tijdens de wedstrijd amper de tijd om uit te rusten. Met name de excentrische kracht in de hamstrings neemt gaandeweg de wedstrijd af. Dit in tegenstelling tot de quadriceps (voorste dijbeenspier) wiens spierkracht vergelijkbaar is met die aan het begin van de wedstrijd.

Risicofactoren

  • Krachtsverschil tussen diverse hamstringspieren;
  • Verschil in spierkracht tussen de samenwerkende c.q omringende spieren;
  • Beenlengteverschil;
  • Afname van excentrische spierkracht;
  • Verkorte hamstring(s);
  • Een eerder opgelopen hamstringblessure is de grootste risicofactor;
  • Sporters die het vooral van hun kracht moeten hebben;
  • Instabiliteit van de knie;
  • Scheefstand van het bekken (de oorsprong van de hamstring bevindt zich in het onderste deel van het bekken). Hierdoor ontstaat er een verstoring tussen de samenwerkende spieren;
  • Sporters die bij aanvang van het seizoen te weinig bewegingsvrijheid in het heupgewricht hebben.

Wat zijn de symptomen van een scheur in de hamstring?

Een hamstringblessure is over het algemeen een vrij acute blessure waarbij meestal de lange kop van de biceps femoris geblesseerd raakt. Wat vrijwel direct volgt is een korte en felle pijn. De blessure ontstaat vaak tijdens een maximale excentrische spiersamentrekking in de eindfase van de zwaaifase/beenstrekking. Afhankelijk van de ernst van de blessure kun je er enkel tijdens het sporten hinder van ondervinden, maar bij een ernstige blessure ook bij lichte belasting. Een spierscheur kunnen we onderverdelen in verschillende graden. Een tweedegraads hamstringblessure is uitgebreider dan een eerstegraads. In de duur van de behandeling zit amper verschil.

 

Eerstegraads spierscheuring: bij een eerstegraads hamstringblessure zal minder dan vijf procent van de spiervezels verrekt en/of beschadigd zijn.

  • het overbruggen van lichte weerstand tijdens het buigen van de knie geeft een licht oncomfortabel gevoel;
  • Op wandeltempo is er amper tot geen pijn te voelen;
  • Het geeft een licht verkrampt gevoel;
  • Minimale zwelling.

 

 

Tweedegraads spierscheuring: hier is sprake van gescheurd spierweefsel

  • Het oprekken van de hamstring veroorzaakt pijn;
  • Het overbruggen van lichte weerstand tijdens het buigen van de knie is pijnlijk;
  • Duidelijke zwelling;
  • Druk geven op de spier is oncomfortabel;
  • Lichte belasting zoals lopen en fietsen geeft pijn.

 

 

Derdegraads hamstringblessure: hier is sprake van een volledig afgescheurde spier. Dit komt vrij zelden voor.

  • Lopen is vrijwel onmogelijk. Om je te verplaatsen heb je krukken nodig;
  • De pijn bevindt zich in een uitgebreid gebied;
  • De zwelling is vrijwel meteen zichtbaar;
  • De spier zal bij het aanspannen eenzijdig opbollen;
  • Een operatie is vrijwel onvermijdelijk.

Herstel en behandeling van een hamstringblessure

Bij een eerste- en tweedegraads hamstringscheur volstaat het volgen van een revalidatieprogramma bij een fysiotherapeut en is een operatie vaak onnodig. De eerste drie dagen zal in het teken staan van rust. Om de zwelling te verminderen dien je het been regelmatig hoog te houden en eventueel compressieverband gebruiken. Ook ijzen zorgt voor een vermindering van de zwelling. De vierde dag mag er begonnen worden met lichte oefeningen zoals fietsen.

 

Na drie weken mag de hamstring zwaarder belast worden. Je verlegd de aandacht naar enkele spierversterkende oefeningen om weer terug te keren naar je oorspronkelijke belastbaarheidsniveau. Doorgaans kun je als sporter na ongeveer zes weken je training weer rustig oppakken en zijn sportspecifieke oefeningen (bijvoorbeeld sprong- en sprintoefeningen) nodig om weer wedstrijdfit te worden. Lees meer over het behandelen van een spierscheuring.

Preventieve maatregelen

Helaas is een hamstringblessure een blessure die bij veel sporters geen eenmalige gebeurtenis is. Uit onderzoek blijkt dat bij maar liefst 1/3 van de voetballers de blessure zich herhaalt en vaak ook nog in een uitgebreidere vorm. De eerste twee weken na het hervatten van je sport is de kans op herhaling van deze blessure het grootst. Het risico op recidiverende klachten kun je verkleinen met excentrische oefeningen. Een voorbeeld van dergelijke oefeningen zijn de zogenaamde uitvalspasjes (lunges) of de 'nordic curl'.

 

De zogenaamde 'nordic curl' is van alle oefeningen de meeste effectieve oefening gebleken om de kans op een hamstringblessure te verminderen. Voetbalteams waarbij deze oefeningen is getest rapporteerde een spectaculaire vermindering van het aantal hamstringblessures. Drie maanden lang tweemaal per week oefenen gaf gemiddeld gezien een blessureafname van ongeveer 60%. Onderstaand een uitleg over de 'nordic curl'.

 

 

Als sporter kun je blessures nooit volledig uitsluiten. Je zult vooral preventieve maatregelen moeten nemen om de kans op een hamstringblessure te verminderen. Risicofactoren zoals bijvoorbeeld een te kort aan bewegingsvrijheid in de heupen en een scheefstand van het bekken zijn goed te verhelpen door je te laten onderzoeken door een sportarts of fysiotherapeut.

Bronvermelding:

 

Opar DA1, Williams MD, Shield AJ.Sports Med. 2012 Mar 1;42(3):209-26. Hamstring strain injuries: factors that lead to injury and re-injury.

 

Van der Horst N1, Smits DW1, Petersen J2, Goedhart EA3, Backx FJ1.Inj Prev. 2014 Aug;20(4):e8. The preventive effect of the Nordic hamstring exercise on hamstring injuries in amateur soccer players: study protocol for a randomised controlled trial.
 
Br J Sports Med. 2010 Nov 30. [Epub ahead of print] Intrinsic risk factors of non-contact quadriceps and hamstring strains in soccer: a prospective study of 100 professional players.

 
J Orthop Sports Phys Ther. 2010 Feb;40(2):67-81. Hamstring strain injuries: recommendations for diagnosis, rehabilitation, and injury prevention.
 
J Sci Med Sport. 2010 Jul;13(4):397-402. Epub 2009 Oct 2. Factors associated with increased propensity for hamstring injury in English Premier League soccer players.
 
Int J Sports Med. 2009 Aug;30(8):573-8. Epub 2009 May 19. Soccer fatigue, sprinting and hamstring injury risk.


J Sci Med Sport. 2010 Jan;13(1):120-5. Epub 2008 Oct 30. The effects of multidirectional soccer-specific fatigue on markers of hamstring injury risk.
 
Scand J Med Sci Sports. 2008 Feb;18(1):40-8. Epub 2007 Mar 12. Prevention of hamstring strains in elite soccer: an intervention study.

Petersen J1, Thorborg K, Nielsen MB, Budtz-Jørgensen E, Hölmich P.. Am J Sports Med. 2011 Nov;39(11):2296-303.Preventive effect of eccentric training on acute hamstring injuries in men's soccer: a cluster-randomized controlled trial.

Bodyw Mov Ther. 2010 Jul;14(3):294-8. Epub 2009 Oct 27. The need for lumbar-pelvic assessment in the resolution of chronic hamstring strain.
 
Am J Sports Med. 2010 Jun;38(6):1147-53. Epub 2010 Mar 24. Intrinsic risk factors for hamstring injuries among male soccer players: a prospective cohort study.

J Strength Cond Res. 2007 Nov;21(4):1155-9. The relationship between preseason range of motion and muscle strain injury in elite soccer players

 

Br J Sports Med. Dec;48(22):1599-606. Schuerman, J., Van Tiggelen, D., Danneels, L., Witvrouw, E. (2014). Biceps femoris and semitendinosus–teammates or competitors? New insights into hamstring injury mechanisms in male football players: a muscle functional MRI study.

 

Van Beijsterveldt AMC, Van der Port IGL, Vereijken AJ, Backx FJG (2013) Risk factors for hamstring injuries in male soccer players: a systematic review of prospective studies. Scand. J. Med. Sci. Sports, 23: 253-262

 

GERELATEERDE BERICHTEN